Huttens evolutionair doel: van betekenis zijn

evolutionair doel

Eén van de drie doorbraken van teal organiseren is het hebben van een evolutionair doel. Een evolutionair doel is een doel dat het bestaansrecht van een organisatie weergeeft en bepaalt. Maar het gaat ook verder dan dat. Het evolutionair doel kan zo groot zijn dat het nooit door de organisatie alleen gerealiseerd kan worden.

Een bedrijf dat een heel helder evolutionair doel heeft, is culinaire dienstverlener Hutten in Veghel. Hun evolutionair doel is om van betekenis te zijn, voor hun medewerkers (die bij hen samenwerkers heten), hun klanten maar ook een bredere kring van stakeholders om de organisatie heen.

Kopjes en kontjes van de tomaten

Onlangs interviewde ik Thijs Fokker, Happifier bij Hutten (een rol die in andere organisaties waarschijnlijk Hoofd HR genoemd zou worden). Hutten geeft op veel manieren uiting aan het evolutionair doel, maar in één uiting komt het wel heel allesomvattend naar voren: in hun initiatief de Verspillingsfabriek. Ik vroeg Thijs Fokker er naar:

“Kun je me iets vertellen over jullie initiatief, de Verspillingsfabriek?”

Thijs: “Ja, dan begin ik weer bij het van betekenis willen zijn en mensen gelukkig willen maken. Er is in de wereld, maar ook in Nederland absoluut, een groot probleem dat heet voedselverspilling. De cijfers moet ik je schuldig blijven, maar ik meen 5 miljard in euro dat we per jaar ongeveer weggooien. In de partycatering bijvoorbeeld is dat geloof ik gemiddeld 30 procent. Want die buffetten moeten altijd vol staan. Je kan geen leeg buffet op je partij hebben. En vervolgens, als je daar niet zo goed mee omgaat, dan gooit men dat weg.

In Nederland zit het hem vooral in dat soort reststromen, maar ook… nou ja, goed, de komkommers die krom zijn, en de kopjes en de kontjes van een gewoon goede tomaat. Bij een gerenommeerde hamburgerpartij zitten er altijd perfecte tomaatjes op het hamburgerbroodje. Waar gaan die kopjes en die kontjes heen? Nou, die worden weggegooid. En wij hebben onze nek uitgestoken door te zeggen: Breng al die restproducten, die kwalitatief prima zijn, vol voedingsstoffen zitten, breng die bij ons en wij gaan er iets van maken wat weer terug de markt op kan en uiteindelijk ergens in een mond belandt.

Verspild voedsel, verspild pand en verspild talent

Dus wij hebben inderdaad de Verspillingsfabriek opgezet in een pand dat al 12 jaar leeg stond, dus eigenlijk een verspild pand. Met verspilde reststromen, verspild voedsel en verspild talent, dus mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, proberen we daar een restaurantwaardig product te maken en dat weer terug te brengen in de retail en in onze eigen bedrijfsrestaurants, en op die manier ons steentje bij te dragen aan het oplossen van voedselverspilling in de wereld. We hebben daar een centrum van circulaire economie omheen gecreëerd, dat heet ‘360’, daar zit de Verspillingsfabriek in.

En daar hebben we het afgelopen jaar al 25.000 mensen op bezoek gehad om maar gewoon in gesprek te treden met mensen over voedselverspilling, dus veel partijen die daar ook aansluiten: de universiteit van Wageningen is nauw betrokken, de Rabobank draagt zijn steentje bij. Er zijn heel veel partijen die met die verspilling struggelen en dat samen op willen lossen, en dit is een eerste initiatief dat daaruit is voortgekomen. Er wordt ontzettend positief op gereageerd. Het levert absoluut niet meteen centjes op, maar het hoort bij ons, het maakt ons trots en hoeft daarom ook niet meteen een economisch rendement op te leveren waar we heel erg blij van worden.”

Idealisme

“Wat je eigenlijk zegt, is dat jullie dat doen uit een soort idealisme…”

Thijs: “Ja, absoluut.”

“En dat het dan niet rendabel is, dat neem je dan op de koop toe.”

Thijs: “Nou, op de koop toe… Kijk, je kan geen problemen op gaan lossen als je de continuïteit van het probleem… Als je het niet kan betalen, kan je het probleem op termijn ook niet oplossen. Dus er zal uiteindelijk een rendabele business case moeten ontstaan. Maar… ja, je hebt aanloopkosten, je hebt certificeringskosten, vervolgens moeten er een aantal partijen ja zeggen, waarvoor je het kan produceren. En die aanlooptijd, daar hebben we ons misschien wel enigszins in vergist. We zijn een dynamisch, progressief en vooral heel erg optimistisch bedrijf, en we hadden gedacht dat de wereld misschien al eerder ons in de armen zou sluiten en onze producten van de Verspillingsfabriek. En dat zie je, dat de consument misschien al wel daar klaar voor is in zijn spraak, maar dat hij het moeilijk vindt om ook daadwerkelijk de daad bij het woord te voegen en die soep af te nemen.”

“Want kan ik dat gewoon in de winkel kopen?”

Thijs: “Ja. We zijn sowieso met alle grote retailers in Nederland in gesprek. We liggen op dit moment in de Plus-supermarkt en de Emte, van de Sligro. Äan het einde van het jaar hoop ik, neem ik eigenlijk aan dat we in alle koelversvakken van retailend Nederland liggen. Dat zou, één, mooi zijn, want dan heb je die fabriek gevuld, en daar een rendabel proces gecreëerd. Dan krijg je natuurlijk ook dat je met een volle fabriek meer mensen te werk kan stellen, dus dat zou goed zijn voor de inclusieve gedachte en de re-integratie van de mensen die daar rond kunnen lopen. En op het moment dat dat eenmaal gaat lopen biedt dat ons weer mogelijkheden om nog meer te ondernemen op dit gebied. Dat is leuk.”

Afstand tot de arbeidsmarkt

“Ik vind dat wel interessant, je zegt: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Die zijn dan langdurig werkloos, denk ik?”

Thijs: “Nee, het is een hele brede groep. Ik denk dat we daar in Nederland nog een keer een discussie over moeten voeren. Nu is de Participatiewet in het leven geroepen. Er wordt eigenlijk gedreigd door de overheid met boetes op het moment dat onder de 5 procent van je werknemersbestand niet bestempeld wordt als iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dan hebben we het over WW’ers of Wajong’ers, eigenlijk groepen die de overheid bestempelt met: Jullie hebben iets, jullie hebben een krasje. Wij vinden dat dat veel te kort door de bocht is. Die 5 procent halen we met onze ogen dicht, dat zat namelijk al in ons bedrijf. Maar je zou ook moeten nadenken over 55-plussers, waar komen die nog aan de bak? Misschien wel jongeren met een iets andere achtergrond dan jij en ik. Ex-kankerpatienten; wie durft nog het risico te nemen om iemand die kanker heeft gehad een contract aan te bieden? Dat zijn doelgroepen, die worden eigenlijk niet of nauwelijks beschermd, maar ze verdienen evengoed de kans om weer aan het werk te gaan, te re-integreren.

We hebben nu een manager Inclusiviteit aangenomen, met ondersteuning van de Start Foundation, en hem de opdracht gegeven: Maak van Hutten een van de meest inclusieve bedrijven van Nederland, en zorg dat wij als misschien wel best practice-locatie voor andere ondernemers en organisaties kunnen dienen, om gewoon eens een kijkje in de keuken, letterlijk, te nemen, van: Hoe doen wij dat dan? Dat we daar een soort voorbeeldfunctie in krijgen. Ook daarin zie je weer de betrokkenheid van onze mensen, die Hutten hebben gekozen om waar Hutten voor staat, dat van betekenis willen zijn. Dat er ineens overal initiatieven zijn waarbij mensen zeggen: Ja, inderdaad, mijn moeder kon nergens meer aan de bak, hoe kunnen we haar helpen?

Statushouders

Er is een groot koksprobleem in Nederland, misschien wel in de wereld dadelijk: De echte ambachtelijke culinaire architecten zijn moeilijk te vinden. Die 15.000  geregistreerde asielzoekers bij het COA, daar zullen sowieso een aantal koks bij zitten. Ik heb koks nodig. Kan ik ze dan hier niet laten koken? Misschien zijn het andere recepturen, er zal natuurlijk een taalbarrière zijn, maar daar kunnen we iets in betekenen. Als mensen de taal moeten leren, dan hebben we hier iemand die ze Nederlandse les kan geven. En die mensen voelen zich op dat moment serieus genomen, en vooral ook weer nuttig. Je ontleent toch een bepaald bestaansrecht aan werk, dat je je nuttig maakt vóór. En op het moment dat wij bij voorbeeld die statushouders dat recht ontnemen, omdat ze in dat asielzoekerscentrum moeten blijven en hun passie niet mogen of kunnen uitvoeren, dan doen we iets fout. Dus dat zijn gebieden waar we wel proberen om ook nog iets bij te dragen.”

En bij jou?

Hoe inspirerend kun je als bedrijf zijn. Je uitspreken in maatschappelijke problemen én daarin je verantwoordelijkheid nemen. Niet omdat je een probleem wilt oplossen maar gewoon omdat je mogelijkheden ziet.

Ik ben wel nieuwsgierig: heb jij zicht op het evolutionair doel van jouw organisatie? Hoe helpt je dat bij je dagelijkse beslissingen? Word je er door geïnspireerd? Of zou je willen dat er een meer inspirerend doel was? Laat je reactie hieronder achter en maak kans op gratis toegang tot ons Lab Reinventing Organizations op 23 maart aanstaande.

Het hele interview verschijnt de komende tijd op Teal Organiseren in Nederland.

Reacties

  1. Toine zegt:

    Weer een inspirerend voorbeeld van hoe wij, als mensen, samen kunnen komen om op een nieuwe manier de problemen van nu (verspilling, uitputting grondstoffen, ‘afstand tot de arbeidsmarkt’) aan te pakken. Ik heb de laatste jaren gezien dat veel oude manieren van problemen oplossen niet meer werken omdat de problemen anders zijn dan waarvoor we vroeger wel een oplossing hadden. Zijstapje: probleem van nepnieuws. Hoe ga je daarmee om? Ik werk zelf bij een grotere gemeente en heb geen zicht op een evolutionair doel. Wij zijn veel bezig met inhoud; wat is er nu nodig en wat is er de komende jaren nodig? Veel vergaderen, beleid maken en soms wel innovatie en meer participatie. Een enkele keer kijken we meer strategisch, hoe ziet de gemeente er over 20 jaar uit. Misschien is ons evolutionaire doel wel dat we ‘de gemeente’ (deels) overbodig maken en dat burgers veel zaken dus zelf regelen zoals hoe gaan we in onze buurt om met subsidies en inzet veiligheid? Of door het opzetten van lokale hulpnetwerken zodat er minder zorg nodig is. Wat mensen vroeger in een dorp deden (nabuurschap) maar dan met de digitale hulpmiddelen van nu en niet meer vanuit een zuil of dogma. Anyway, mooie ontwikkelingen, kunnen nog ‘beter’ of meer en ik heb nog geen zicht op wat er allemaal mogelijk is in dit verband. Dus ik blijf ‘je’ lezen.

Laat wat van je horen

*